Jacques Dane – Worden ouders mondiger? – Ouderbetrokkenheid in historisch perspectief

Het begrip ‘ouderbetrokkenheid’ lijkt iets van deze tijd, maar een klein onderzoek in de dagbladpers laat zien dat het al langer op de onderwijsagenda staat. Het sociaaldemocratische dagblad Het Volk bijvoorbeeld signaleerde op 10 september 1973 dat ouders en school van elkaar vervreemden. In de gemeente Hoogvliet werd indertijd een werkgroep opgericht waarin de vraag centraal stond ‘hoe de “ouder-betrokkenheid” op gang kan worden gebracht’. Maar hoe modern was dit?

De negentiende-eeuwse pedagoog Jan Geluk (1835-1897) hield in zijn toentertijd gezaghebbende Woordenboek voor opvoeding en onderwijs (1882) een pleidooi voor meer contact tussen ouders, gezin en school. Het geven van openbare lessen aan ouders en huisbezoeken waren in Geluks ogen belangrijke middelen om ‘huis en school nader tot elkaar te brengen’. De brug tussen de ouders en de school, zo stelde Geluk in 1882, is de leerling: ‘Weet de onderwijzer de kinderen aan zich te verbinden, door liefderijke, menschkundige behandeling, dan is hem de tegemoetkomende genegenheid der ouders verzekerd, de samenhang tusschen school en huis is gewaarborgd.’

‘Ouderbetrokkenheid’ heeft een lange geschiedenis: de hedendaagse mondige ouder is geen nieuw verschijnsel. Aan de hand van concrete historische voorbeelden vertelt Jacques Dane hoe ouderbetrokkenheid zich in de loop der tijd ontwikkelde.

Over Jacques Dane

Jacques Dane, historicus, is hoofd collectie en onderzoek van het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Hij promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) bij de sectie Algemene Pedagogiek. Hij was van 1996-2007 coördinator van het aan de RuG verbonden Archief en Documentatiecentrum Nederlandse Gedragswetenschappen. Voor diverse onderzoekscommissies naar (seksueel) geweld in Jeugdzorg verrichtte hij archiefonderzoek.